Misschien moet de kunstkijker niet zo direct hard geconfronteerd worden met de vraag of kunst mooi is dan wel of de betekenis wel duidelijk is. Belangrijker is wellicht de manier waarop je al toeschouwer actief betrokken raakt bij het bekijken van een kunstwerk.
Christel Foncke, kunstenares en lid van kunstcollectief Lakart, publiceerde recent een interessante reflectie hierover. Zij ziet drie manieren waarop een kunstwerk de kijker betrekt: kunst die je laat meebewegen, waarbij het proces even belangrijk is als het resultaat, kunst die je laat reflecteren, waarbij de vorm en het materiaal aanzet tot een bepaalde betekenis of symboliek en kunst die net de betekenis openlaat en de interpretatie voor een groot stuk openlaat aan de kijker.
In alle gevallen is de toeschouwer geen passieve kijker: “Betekenis ligt niet volledig vast in het werk zelf, maar ontstaat in de ontmoeting tussen het werk en degene die ernaar kijkt.”
[In de reeks deWeverij kijkt rond… een kort verslag van een bezoek aan KUNST20C in Leuven.]
De Vaartkom is één van de hipste buurten van Leuven aan het worden. De oude haven werd omringd met nieuw aangelegde paden en groenzones die je bijna verplichten te onthaasten. In de schaduw van oude industriële gebouwen, nu gerenoveerd tot tempels voor het moderne leven en werken, verschijnen bijkomend nieuwe blokken met winkels, horeca, bedrijfjes en woningen. Kunstenares Mileen Malbrain heeft er met KUNST20C een lichtovergoten ruimte omgeturnd tot atelier en expositieruimte. Een combinatie die al bij al wel uitdagend blijkt te zijn.
Het bleek een unieke kans om de ruimte op het gelijkvloers van een nieuw gebouw te kopen en om te bouwen tot deels atelier deels exporuimte. Een beetje een droom die in vervulling ging. Een gezellig atelier hebben, zonder vochtproblemen, met water en elektriciteit en tegelijk een ruimte om exposities te organiseren voor kunstenaars die niet direct hun weg vonden in het circuit van galeries, culturele centra of lokale zaaltjes.
“Met KUNST20C wil ik in de eerste plaats een plek binnenin de stad creëren die mensen kunst laten beleven op een laagdrempelige manier. Kunstenaars die degelijk werk maken met hun eigen beeldtaal en een sterke inhoudelijke visie wil ik de kans geven om in een neutrale ruimte te exposeren. Ik werk niet als een galerij: ik verhuur het expogedeelte en vraag geen commissie aan de gastkunstenaars.”
Voor- en nadelen
Aan de ene kant biedt het concept heel wat voordelen. Niet in het minst de permanente, directe visibiliteit voor het eigen werk. Een ander belangrijk voordeel is uiteraard de manier waarop de aanwezigheid van kunstenaars invloed heeft op Mileen haar eigen werk.
“Mijn beeldtaal blijft nog steeds hetzelfde – een zoektocht om beweging, ritmes en de gulle overvloed aan flora en fauna weer te geven, een zoektocht naar een nieuwe wereld met nieuwe soorten of hybriden, maar ik word zeker geprikkeld door de beeldtaal van de gastkunstenaars en hierdoor ontstaat een grotere affiniteit met andere disciplines omdat ik het zo van dichtbij beleef.”
Minder evident is het feit dat er toch heel wat tijd en werk kruipt in het faciliteren van de gastkunstenaars. Dat gaat over het vrijmaken van de ruimte, maar ook over besprekingen hoe de expositie aangepakt zal worden, de op- en afbouw enzovoorts. En ook het feit dat het atelier van Mileen zichtbaar aanwezig blijft, heeft soms een impact op de samenwerking. Meestal kiest ze wel voor gastkunstenaars waarmee ze een goed contact heeft, om niet te zeggen een klik, zodat op dat vlak alles vlot en in samenspraak kan verlopen. Maar ze benadrukt toch ook heel erg gesteld te zijn op haar vrijheid en ruimte, de mogelijkheid om in alle rust te kunnen werken. En bij een expositie komt toch wel een en ander kijken.
Een andere uitdaging is dan weer de verwachtingen rond bezoekers en verkoop. KUNST20C is nog maar 2 jaar open en elke expositie is een leertraject. Net op het moment dat we het over die bezoekers hebben, kloppen twee mensen op de deur, met de vraag of ze al even mogen kijken. Mileen gaat ondertussen verder: “Er is zeker nog interesse in kunst maar er is ook een schuwheid om een vreemde kunstplek te betreden. Mensen kijken nieuwsgierig door het raam maar durven niet altijd binnenkomen. En mijn ervaring is ondertussen dat passanten niet noodzakelijk je publiek worden. Dat neemt niet weg dat ik het leuk vind dat er gerichte bezoekers zijn – en dikwijls zijn dat jonge mensen, die graag in gesprek gaan over het werk.”
De volgende expositie
Mileen kent Manuela Caniato van de lessen textiele kunst aan de academie in Leuven. Het is de eerste keer dat ze naar buiten komt met haar werk. De tentoonstelling ‘Threadbare Beauty’ vertrekt van portretten van klassieke schoonheden. Naar eigen zeggen, wil ze hen bevrijden uit de benarde situatie waarbij ze gevangen lijken te zitten in een eeuwig schoonheidsbeeld. “Ik gebruik borduurwerk om in te breken in die spookachtige portretten en er mijn stempel op te drukken. Ik borduur in mijn eigen taal, waardoor ze ouder worden. Want zelfs in verval is er een zekere schoonheid – dat hoort bij het menszijn. Steek voor steek maak ik ze weer sterfelijk.”
Er zit een gelaagdheid in de werken die moeilijk op foto te zien is. De finesse van het borduurwerk, de weloverwogen openingen, de verschillende lagen zorgen voor een vervreemdend effect. Ongewild ga je van heel dichtbij kijken, treed je schijnbaar in de privé-zone van de geportretteerde vrouwen.
Meer info: KUNSTt20C – www.kunst20c.be – Havenkant 20C – Leuven Threadbare Beauty van Manuela Caniato loopt van 28/02 tot 8/03/2026
[Dit stuk verscheen ook op The Art Couch op 28/2/2026]
Zelf ben ik van het soort expobezoeker dat graag op eigen tempo en volgens een eigen – zij het niet rationeel te verklaren – pad mijn weg zoek door een expositie. Vrije uitloop zeg maar. Anderen beginnen graag bij het begin, lezen de soms wel heel lange tekstborden, en bekijken vervolgens werk per werk met evenveel welwillendheid als interesse. Geen kaartje te klein van lettertype, geen werk teveel om het traject te verstoren. Het plannetje en bij voorkeur de audio-gids doen dienst als betrouwbare gps. Maar er is nog een derde weg.
Je laten gidsen, zij het door de kunstenaar zelf of een gids die zich goed heeft ingelezen en met de nodige anekdotes en vleugjes humor empathie en luisterbereidheid weet te winnen. Maar zeker geen kwaad woord hierover. Want als je de moeite neemt om je door een gids rond te laten leiden, wordt je blik hoe dan ook verruimd. Alleen al de intentie om jezelf open te stellen voor meer dan wat je zelf ziet, bevestigt de betere uitspraak bekend maakt bemind.
Je krijgt heel veel van een gids. Het verhaal achter zowel de kunstenaar zelf als achter de werken. Stille beelden lijken zo een hoorbare stem te krijgen. Om nog te zwijgen van de vele brugjes naar de achterliggende emoties, het proces en de omstandigheden waarin het werk ontstaan is, de toegepaste techniek en niet te vergeten de finale betekenis. Dat ontsluit niet enkel het werk, maar opent ook een beeld van de mens achter de kunstenaar en zo ook van het volledige oeuvre. De gids – in het beste geval de kunstenaar zelf – verbindt uiteraard niet alleen het werk met de bezoeker, maar creëert ook ruimte voor reflectie. Een zeker nadeel is dat de uitleg meestal woorden zijn. Woorden zijn lineair en je moet altijd wachten tot je alle woorden gehoord hebt vooraleer je de betekenis van wat gezegd werd kan vatten. Een beeld is veel holistischer, recht voor de raap of op z’n mooi Engels ‘in the face’. Je kunt gepakt worden door het geheel, of direct verleid worden door een detail. Inzoomen, uitzoomen, een moderne cameralens wordt er moe van. En hoe meer je kijkt hoe meer je ziet. Bij een zin woorden ga je bij meer nadenken meestal ook nauwer gaan interpreteren.
Een ander voordeel van een gegidste rondleiding is dat je je als bezoeker veilig binnen een groepje kan begeven. Een eilandje van goesting, onverstoorbaar voor achtergrondgeluiden en ander externe prikkels. De neuzen wijzen in de richting van de gids en van het kunstwerk, en weg en weer. Als er een vraag gesteld wordt, kan je even wegduiken of net ook met het nodige zelfvertrouwen bevestigen dat je er ook wel iets van af weet. Verkeerde reacties vallen nooit slecht. Afgaan valt niet te vrezen. Zo breeddenkend is kunst dan weer wel. En door samen het avontuur van de rondleiding aangegaan te zijn, is er ook een soort van ongeschreven code. Niemand blijft achter. Dat neemt niet weg dat er toch niet altijd gelijke verwachtingen zijn. Iedereen brengt zijn eigen achtergrond en ervaring mee. Maar de gedeelde beleving schept verbondenheid. De gezamenlijke catharsis, of die nu met een lauwe koffie doorgespoeld wordt, of eindigt in de shop met een mooi kaartje, het was het buitenkomen waard.
Voor wie het gidsen ook een interessante oefening is, zijn de kunstenaars*. Het dwingt hen niet alleen tot een artistieke reflectie over hun eigen werk, maar ook rekening te houden met de verwachtingen van de bezoekers. Met een ongekend, hongerig en mogelijks kritisch publiek in het vooruitzicht, is een goede voorbereiding cruciaal. Reageren op korte reacties of sociaal zachte bejegeningen zoals ‘Je moet hier wel tijd in gestoken hebben?’ of ‘Hoe kom je erbij om dit zo te doen?’ in een setting waar je desnoods vlug onderuit kunt geraken want ‘Een momentje, die vrienden heb ik al lang niet meer gezien’, is iets helemaal anders dan zelf het woord moeten voeren over je werk en hoe dat past binnen het grotere plaatje van de tentoonstelling. Het brengt in de voorbereidingsfase toch enige afstemming met zich mee. Flarden tekst die weg en weer gemaild worden. Om nog te zwijgen van de uren in stilte oefenen om niet alleen de woorden, maar ook het verhaal, de intonatie en het enthousiasme goed te krijgen. Alles voor de kunst en de kunst vóór alles.
__________________
*Deze mijmeringen kwamen tot stand naar aanleiding van extra gegidste rondleidingen voor de tentoonstelling Smeltende Stiltes in deWeverij. Nog open voor iedereen op 1 maart 2026, in het bijzijn van ondertussen goed geoefende kunstenaars. www.deweverij.be/stiltes
Frederic De Meyer bespreekt voor The Art Couch op een heel bevattelijke en heldere manier een studie over de sociale waarde van kunst van het Vlaamse Centrum voor Cultuuronderzoek. Het volledige artikel is hier te lezen.
Alvast een quote om de sfeer te zetten: “Deze passages maken duidelijk dat beeldende kunst en tentoonstellingen niet alleen draaien om esthetiek of erfgoed, maar ook om infrastructuur voor contact. De sociale waarde zit dan niet louter in het kunstwerk aan de muur, maar in wat er rondom georganiseerd wordt: het gesprek, de toegankelijkheid, de herhaling, en de manier waarop een plek uitnodigt om niet alleen te kijken, maar ook deel te nemen. Uiteindelijk komt dit de hele maatschappij ten goede.”
Met deWeverij, die we bewust geen galerie maar ‘mensenruimte’ hebben genoemd, proberen we vanuit de aanpak van tentoonstellingen, waarbij trajecten met kunstenaars, maar ook heel veel aandacht voor de bezoekers (informatie, warm onthaal, gegidste bezoeken…) centraal staan, vorm te geven aan al die elementen die de sociale waarde van kunst verhogen.
Ervaar je liever dan je leest, kom dan zeker eens langs in deWeverij.
Het boek ART.BE geeft me een dubbel gevoel. Op de eerste plaats is het een rijkelijk geïllustreerd kunstboek dat werk toont van 151 Belgische kunstenaars, vergezeld van een korte biografische duiding. Naast de usual suspects zoals Tuymans, Borremans en Quinze, heel wat – althans voor mij – onbekende namen. Maar dat kan de pret niet bederven. Het is aangenaam bladeren doorheen de meer dan 400 pagina’s. Herkenning en verwondering, zowel blijmakend als wenkbrauwfronsend, wisselen elkaar af. Uiteindelijk draagt ook wat minder direct aanspreekt, en enige moeite vraagt om te proberen doorgronden, bij tot het verder verfijnen van de smaakpapillen.
Opvallend is dat de kunstenaars in alfabetische volgorde werden opgenomen. Een bewust keuze van auteur Julien Delagrange: ‘Deze aanpak omvat echter geen traditioneel overzicht vanuit een ivoren toren, maar een lezing van binnenuit: een poging om in kaart te brengen wat vandaag leeft in de Belgische kunstscene. Een gezamenlijke ontdekkingstocht in plaats van een lezing op basis van subjectieve interpretatie en persoonlijke voorkeur.’ Er is dus geen onderverdeling of groepering in functie van periode, stijl of ideeën. De korte inleiding biedt een iets grotere context, maar dat lijkt meer op een bijsluiter van een medicijn – het hoort erbij, maar niet iedereen zal zich geroepen voelen het te lezen.
Nochtans is het een interessante introductie, omdat Delagrange heel expliciet zijn selectieproces uit de doeken doet.Hij is vertrokken vanuit kennis en informatie die online circuleert en doet daarbij beroep op de databank van Artfacts (artfacts.net). ‘Artfacts tracht de culturele erkenning van kunstenaars te meten aan de hand van objectieve carrièregegevens die op kwantitatieve en kwalitatieve wijze verwerkt worden via machine learning. Zo kan het algoritme een onderscheid maken in waarde betreffende het type tentoonstelling, de locatie, de kwaliteit van de organiserende entiteit, de globale aanwezigheid van de kunstenaar, alsook het netwerk rond de kunstenaar. (…) Met andere woorden, het algoritme creëert een ranking van de kunstenaars die over het beste curriculum vitae beschikken.’
De auteur geeft toe dat dit voor- en nadelen heeft: ‘kunst en invloed gaan verder dan meetbare tentoonstellingsgeschiedenis. Daarom opteren we in deze publicatie voor een caleidoscopische aanpak en koppelden we dat analytische luik aan de inzichten van enkele toonaangevende figuren uit het Belgische kunstveld.’ En omdat dat ook nog niet genoeg leek te zijn verzekert de auteur dat de eindselectie autonoom gemaakt werd in samenwerking met het redactionele team, bestaande uit zichzelf en nog iemand. Al bij al dan toch een relatief persoonlijke selectie denk ik dan.
De vraag is of dat kwaad kan natuurlijk. Want is kunst wel op basis van data en machine learning in lijstjes onder te brengen, zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke waarde van kunst en kunstbeleving? Spelen hier persoonlijke smaak, emotie, ervaring, achtergrond en nog zoveel niet meetbare zaken niet een belangrijkere rol dan het aantal mentions op sociale media? Is een internet averse kunstenaar gedoemd om uit dergelijke selectiemethodes te vallen? En wat met criteria als locatie en de kwaliteit van de ‘organiserende entiteit’? Ik bijt op mijn lip om er geen kritische anti-argumenten voor te formuleren.
In een wereld waar de homo economicus heel graag met facts and figures bezig is, en alles in het teken staat van efficiëntie, het afvinken van lijstjes en het goed scoren in andere lijstjes, lijkt kunst net van een alomvattende, holistische en tegelijk hoogst persoonlijke orde, die niet dat soort benaderingen vraagt. Tenzij je natuurlijk een boek maakt en moet selecteren. Maar al even graag had ik een inleiding gelezen waarin de auteur zijn hart uitstort over de opgenomen werken. Hoe die hem hebben geraakt en waarom hij net die kunstwerken zichtbaarheid wil geven en daarmee onwetenden zoals mezelf wil laten proeven van nieuwe dingen. Nu de periode van de eindejaarslijstjes voorbij is, blijf ik op dat vlak wat op mijn honger zitten bij deze bloemlezing.
+++++
ART.BE – Van Broodthaers tot vandaag, 151 hedendaagse kunstenaars in België, Julien Delagrange, Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2025
[Dit artikel verscheen ook op The Art Couch (website en nieuwsbrief)]