Frederic De Meyer bespreekt voor The Art Couch op een heel bevattelijke en heldere manier een studie over de sociale waarde van kunst van het Vlaamse Centrum voor Cultuuronderzoek. Het volledige artikel is hier te lezen.
Alvast een quote om de sfeer te zetten: “Deze passages maken duidelijk dat beeldende kunst en tentoonstellingen niet alleen draaien om esthetiek of erfgoed, maar ook om infrastructuur voor contact. De sociale waarde zit dan niet louter in het kunstwerk aan de muur, maar in wat er rondom georganiseerd wordt: het gesprek, de toegankelijkheid, de herhaling, en de manier waarop een plek uitnodigt om niet alleen te kijken, maar ook deel te nemen. Uiteindelijk komt dit de hele maatschappij ten goede.”
Met deWeverij, die we bewust geen galerie maar ‘mensenruimte’ hebben genoemd, proberen we vanuit de aanpak van tentoonstellingen, waarbij trajecten met kunstenaars, maar ook heel veel aandacht voor de bezoekers (informatie, warm onthaal, gegidste bezoeken…) centraal staan, vorm te geven aan al die elementen die de sociale waarde van kunst verhogen.
Ervaar je liever dan je leest, kom dan zeker eens langs in deWeverij.
Het boek ART.BE geeft me een dubbel gevoel. Op de eerste plaats is het een rijkelijk geïllustreerd kunstboek dat werk toont van 151 Belgische kunstenaars, vergezeld van een korte biografische duiding. Naast de usual suspects zoals Tuymans, Borremans en Quinze, heel wat – althans voor mij – onbekende namen. Maar dat kan de pret niet bederven. Het is aangenaam bladeren doorheen de meer dan 400 pagina’s. Herkenning en verwondering, zowel blijmakend als wenkbrauwfronsend, wisselen elkaar af. Uiteindelijk draagt ook wat minder direct aanspreekt, en enige moeite vraagt om te proberen doorgronden, bij tot het verder verfijnen van de smaakpapillen.
Opvallend is dat de kunstenaars in alfabetische volgorde werden opgenomen. Een bewust keuze van auteur Julien Delagrange: ‘Deze aanpak omvat echter geen traditioneel overzicht vanuit een ivoren toren, maar een lezing van binnenuit: een poging om in kaart te brengen wat vandaag leeft in de Belgische kunstscene. Een gezamenlijke ontdekkingstocht in plaats van een lezing op basis van subjectieve interpretatie en persoonlijke voorkeur.’ Er is dus geen onderverdeling of groepering in functie van periode, stijl of ideeën. De korte inleiding biedt een iets grotere context, maar dat lijkt meer op een bijsluiter van een medicijn – het hoort erbij, maar niet iedereen zal zich geroepen voelen het te lezen.
Nochtans is het een interessante introductie, omdat Delagrange heel expliciet zijn selectieproces uit de doeken doet.Hij is vertrokken vanuit kennis en informatie die online circuleert en doet daarbij beroep op de databank van Artfacts (artfacts.net). ‘Artfacts tracht de culturele erkenning van kunstenaars te meten aan de hand van objectieve carrièregegevens die op kwantitatieve en kwalitatieve wijze verwerkt worden via machine learning. Zo kan het algoritme een onderscheid maken in waarde betreffende het type tentoonstelling, de locatie, de kwaliteit van de organiserende entiteit, de globale aanwezigheid van de kunstenaar, alsook het netwerk rond de kunstenaar. (…) Met andere woorden, het algoritme creëert een ranking van de kunstenaars die over het beste curriculum vitae beschikken.’
De auteur geeft toe dat dit voor- en nadelen heeft: ‘kunst en invloed gaan verder dan meetbare tentoonstellingsgeschiedenis. Daarom opteren we in deze publicatie voor een caleidoscopische aanpak en koppelden we dat analytische luik aan de inzichten van enkele toonaangevende figuren uit het Belgische kunstveld.’ En omdat dat ook nog niet genoeg leek te zijn verzekert de auteur dat de eindselectie autonoom gemaakt werd in samenwerking met het redactionele team, bestaande uit zichzelf en nog iemand. Al bij al dan toch een relatief persoonlijke selectie denk ik dan.
De vraag is of dat kwaad kan natuurlijk. Want is kunst wel op basis van data en machine learning in lijstjes onder te brengen, zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke waarde van kunst en kunstbeleving? Spelen hier persoonlijke smaak, emotie, ervaring, achtergrond en nog zoveel niet meetbare zaken niet een belangrijkere rol dan het aantal mentions op sociale media? Is een internet averse kunstenaar gedoemd om uit dergelijke selectiemethodes te vallen? En wat met criteria als locatie en de kwaliteit van de ‘organiserende entiteit’? Ik bijt op mijn lip om er geen kritische anti-argumenten voor te formuleren.
In een wereld waar de homo economicus heel graag met facts and figures bezig is, en alles in het teken staat van efficiëntie, het afvinken van lijstjes en het goed scoren in andere lijstjes, lijkt kunst net van een alomvattende, holistische en tegelijk hoogst persoonlijke orde, die niet dat soort benaderingen vraagt. Tenzij je natuurlijk een boek maakt en moet selecteren. Maar al even graag had ik een inleiding gelezen waarin de auteur zijn hart uitstort over de opgenomen werken. Hoe die hem hebben geraakt en waarom hij net die kunstwerken zichtbaarheid wil geven en daarmee onwetenden zoals mezelf wil laten proeven van nieuwe dingen. Nu de periode van de eindejaarslijstjes voorbij is, blijf ik op dat vlak wat op mijn honger zitten bij deze bloemlezing.
+++++
ART.BE – Van Broodthaers tot vandaag, 151 hedendaagse kunstenaars in België, Julien Delagrange, Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2025
[Dit artikel verscheen ook op The Art Couch (website en nieuwsbrief)]
[Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van de tentoonstelling Voornemens (januari 2026) en verscheen ook in The Art Couch (website en newsletter) – december 2025]
De bezoeker aan een tentoonstelling krijgt meestal alleen maar het resultaat te zien van een lang proces. De kunstenaar is maanden of jaren bezig met werk waarvan finaal maar een beperkte selectie tentoongesteld wordt. Veel werken zijn niet afgewerkt geraakt of zijn niet rijp genoeg om geëxposeerd te worden. Omdat de kunstenaar op de eerste plaats zelf een selectie maakt, maar ook derden, zoals de curator, de galerist, of naaste vertrouwelingen adviseren of opleggen om niet alle werken te tonen. Enkel die werken die het meest kans maken op succes, zij het boeiende gesprekken, zij het verkoopsgewijs harde valuta. Als kunstenaar zwicht je hiervoor – de opportuniteit om je werk te tonen mag dan open en wijd benut worden, bij voorkeur hou je er toch liefst positieve herinneringen aan over. Het is des mensen om hierin mee te denken met al wie in je entourage vertoeft.
Stel dat je dan toch een hele reeks werken open en bloot gooit. Nog niet direct voor het grote publiek, maar minstens voor een collega-kunstenaar. Dat is net wat collagekunstenares Janien Prummel heeft gedaan. De 366 collages uit haar project ‘Een jaar in collages’ bezorgt ze mooi verpakt in een plastic doos aan kunstenaars met de vraag om er iets mee te doen. Alles mag, behalve de collages stukmaken. Tot nu toe hebben 5 kunstenaars de uitdaging aanvaard. Ben je gevoelig aan de nummering op de ommezijde en leg je alle werken mooi in een tijdslijn, kies je er die werken uit die jou het meest aanspreken, of ga je op zoeken naar andere verbindingen? En wat doe je er dan finaal mee. In zoverre het resultaat er al toe doet.
Het hiernavolgende interview met kunstenares Janien Prummel geeft meer context rond dit project, maar vooral over hoe een kunstenaar omgaat met de uitdaging ‘proces’ versus ‘resultaat’. En ook hoe de ontwikkeling van haar kunstenaarschap het resultaat is van een permanent bezig zijn met het materiaal, heel vaak onbewust en los van wat het resultaat zal zijn of hoe de kijker erop zal reageren. Wat niettemin wegneemt dat het werk finaal wel zijn plaats opeist en om aandacht vraagt.
Een leuk cadeau zoeken voor iemand is soms stresserend. Aan de ene kant wil je iets origineels geven, aan de andere kant wil je tegelijk dat de ontvanger er bovenmatig blij mee is. Origineel en veilig kan ook, maar dat eindigt meestal bij iets ludieks, dat maar zelden het moment van overhandiging overleeft. Waarom niet voor een origineel kunstwerk kiezen?
Het creëert een bijzondere band met de ontvanger. Zelfs als die niet de grootste kunstliefhebber is, getuigt het toch van genegenheid en waardering dat iemand een kunstwerk met hem of haar associeert. Het vergt in zekere zin ook moed, want wat je zeker niet wil is afgaan omdat de ontvanger het cadeau maar niks vindt. De kans is ook groot dat het een blijvende herinnering achterlaat, omdat het een persoonlijk cadeau is dat bepaalde emoties met zich meebrengt. En meer dan waarschijnlijk vliegt het niet direct in de kelder of op zolder.
Los van de toegevoegde waarde van het geven van een geschenk zal de ontvanger ook alle voordelen van het bezitten van kunst ervaren*.
Als je toch nog twijfelt kan je nog altijd kiezen voor een cadeaubon. Het bevestigt de intentie, maar laat wat meer vrijheid aan de ontvanger om iets te kiezen dat goed bij hem of haar past.
Zowel het geschenk als de cadeaubon zijn terug te vinden in de online shop ;-)
____________
* Ik probeerde dit vroeger al eens samen te vatten in enkele bullets:
Kunst bezitten…
Kunst weerspiegelt je persoonlijkheid, toont waarvoor je staat en bevestigt je identiteit tegenover anderen.
Kunst zorgt voor een persoonlijke verrijking en is goed voor de gezondheid: kunst is helend, stress-vermijdend en biedt troost en voldoening.
Kunst bezitten bezorgt je elke dag een nieuwe beleving doordat een kunstwerk telkens een ander verhaal vertelt, waardoor het een persoonlijke betekenis krijgt.
Kunst geeft vorm en kleur aan je leefomgeving, maakt van je huis een thuis en stimuleert tegelijk nieuwe ideeën en perspectieven.
Kunst opent relaties met anderen: een opvallend kunstwerk trekt de aandacht, zorgt voor boeiende gesprekken en inspireert mensen rondom je.
Kunst is duurzaam, tijdloos, overstijgt trends en kan generaties lang meegaan, vaak met een blijvende emotionele waarde.
Kunst kopen geeft kunstenaars de kans hun bijzondere kijk op de wereld te tonen zodat ook anderen hiervan kunnen meegenieten
Dikwijls gedacht dat een curator vooral instaat voor praktische zaken zoals het vastleggen van de zaal, het ontwerp van de uitnodiging, of relaties met de pers. Uiteraard naast de selectie van kunstenaars en werken – maar hoe moeilijk kan dat zijn. Kunstenaars weten toch best welk werk sterk is. Maar niets is minder waar. Een curator blijkt een soort van octopus, die verschillende rollen opneemt in het proces van een tentoonstelling. Tegelijk aanwezig en afwezig. We laten Lieve Vanmaele aan het woord. Zij nam de dubbele rol op van curator en kunstenares voor de tentoonstelling Subtiel Textiel.
Laten we beginnen bij het begin. Vanwaar het concept van deze tentoonstelling, Subtiel Textiel – Voorbij de keerzijde?
Vorig jaar deed ik al eens mee aan een groepstentoonstelling onder de naam ‘Subtiel Textiel – een tegendraadse expositie’. Ik werd gevraagd om voor een vervolgeditie de taak als curator op te nemen. Omdat het opnieuw de bedoeling was om minder voor de hand liggende textielkunst te brengen, kwamen we uit op het concept van de keerzijde. Ik wou vooral iets doen tegen eenzijdigheid. Ik krijg er de kriebels van hoe mensen in het algemeen dingen van één kant bekijken of ook bekeken worden. En zeker in de kunst, of het nu beeldend is of vanuit muziek, dans… of ook de manier waarop we omgaan met een ruimte. Ik wou dat doorbreken en aandacht vragen voor de veelheid aan invalshoeken. Vandaar de ondertitel ‘voorbij de keerzijde’. Ik had net in Amsterdam een expo met textiele kunst gezien waar ook de achterzijde van werken bekeken konden worden. Die extra dimensie gaf me als ruimtelijk denker onmiddellijk een klik. En een uitdaging om dat zelf eens in de praktijk om te zetten.
In mijn vorig in situ (solo)project op het schip Epreuve d’Artiste had ik dat al voor een stuk uitgeprobeerd. Ik had me toegelegd op El Lissitzky, die als kunstenaar en architect ook heel erg begaan was met ruimtelijke concepten en scenografie voor tentoonstellingen. Interessante inzichten. Vooral het omgaan met ruimtelijkheid op zich sprak me heel erg aan. Toen kwam de kans om dit verder uit te werken in de grote ruimte van deWeverij met werk van andere kunstenaars.
De eerste opdracht was andere kunstenaars vinden. Hoe is dat verlopen?
Op de eerste plaats moest ik abstractie maken van wat het resultaat zou kunnen worden. Het was belangrijk om goed te peilen naar hoe de kunstenaars in mekaar zaten en hoe zij op termijn zouden willen meedenken in het totaalproject. Ik was niet op zoek naar kunstenaars die binnen mijn beeld pasten. Ik zocht verschillende types kunstenaars, met verschillende technieken, uiteenlopende ‘beeldtalen’. Gaandeweg leerde ik ook de mens achter het werk kennen, en hun visie op die eenzijdigheid/tweezijdigheid. Dat was heel boeiend. Want ik wou hen vooral in hun eigen, authentieke beeldtaal laten bewegen, eerder dan ze allemaal te laten conformeren aan mijn beeld.
Naar aanleiding van de atelierbezoeken zijn er ook kunstenaars afgevallen. Ik probeerde vooral doorheen het werk, het materiaal, de techniek en de mens naar de kracht van hun taal te kijken. En uiteraard ook hun goesting om met het thema van tweezijdigheid, in combinatie met andere kunstenaars – die ze op dat moment ook nog niet kenden, aan de slag te gaan. Kortom, ik probeerde een artistieke vertaling te zien waar ze zelf nog niet bewust mee bezig waren. Dat doe je niet aan de hand van foto’s op Instagram, maar door een stevig gesprek én kijken. Echt kijken en blijven kijken. Binnen de comfortzone van het atelier, maar er hing toch wel wat zenuwachtigheid in de lucht. Zal ik erbij zijn of niet? Ik zag ook hoe de kunstenaars zelf met hun werk omgaan, ook letterlijk fysiek. Eén van de kunstenaars hield onbewust het werk tegen het zonlicht en toonde daarmee de ommezijde, die tot haar eigen verrassing een heel nieuwe dimensie prijsgaf. Kijken wordt zien.
Had je na de selectie het gevoel: nu weet ik welke werken ik kan gebruiken?
Niet echt. Ik heb geen voorafnames gedaan met het oog op het realiseren van mijn concept. Ik wist dat er nog werk aan de winkel zou zijn. Sommige kunstenaars kende ik al, en daar had ik wel het vertrouwen dat het goed zou komen. Bij anderen zag ik nog niet onmiddellijk het resultaat, maar dat nam ik wel op als mijn rol om dat proces verder te faciliteren.
Je hebt nog verschillende contacten met de kunstenaars gehad, alleen, met z’n allen samen. Er zijn zelfs enkele in situ try-outs gebeurd? Voelden de kunstenaars zich daar goed bij, of ondervond je weerstand?
Ik denk wel dat de meesten dat nuttig en zelfs leerrijk vonden. Sommigen heb ik zachtjes gepusht om anders naar hun werk te kijken, nieuwe dingen te verkennen. Vooral ook de presentatie, de manier van ophangen, was voor mij belangrijk – uiteraard dan ook vanuit de beleving van het totaalconcept. Het is heel motiverend, stimulerend dat er zo nieuwe dingen ontstaan. Kunstenaars die daarvoor open staan genieten daar ook heel hard van. De extra bezoekjes hebben zeker hun nut gehad. Ik moest ook wel wat verwachtingen managen en twijfels wegnemen. De collega kunstenaars laten zich natuurlijk wel wat kwetsbaar zien. Niet in het minst ook ten opzichte van elkaar. Hoe gaat mijn werk zich verhouden tot dat van de anderen? Komt het geheel wel goed? Voor mij uitdagend om iedereen op een positieve manier aan boord te houden. Het gaat heel hard om vertrouwen in een niet-eenzijdige richting, waarmee de ‘weverij’ helemaal rond is.
Als we dan even naar de volgende ‘mijlpaal’ kijken, de opbouw. Hoe heb je dat ervaren? Viel alles direct op zijn plaats of heb je nog moeten bijsturen?
Ja, dat was wel spannend uitkijken. Ook al omdat vanuit die voorbereidingen heel wat verwachtingen gerezen waren over hoe het er finaal zou uitzien. Over mijn persoonlijke interventie werd nooit echt veel gezegd of gevraagd. Behalve dat ik wel zou zorgen voor een ‘verbindend geheel’ achteraf. Voor velen was het dus niet duidelijk hoe ik hun werk daarin al zou betrekken of niet. We hadden op een bepaald moment enkele zones afgesproken en wat weg en weer gepingpongd over welk werk mee te brengen. Maar op de dag van de opbouw zou het toch allemaal nog moeten gebeuren.
Bij het binnenbrengen bleek al vlug dat er wel wat veranderingen zouden kunnen gebeuren. De ruimte heeft nu eenmaal vanuit zijn omvang en constructie wel een zekere ‘eigengereidheid’ om kunst te brengen. Ik voelde onmiddellijk al een zekere spanning. Ik had armen en benen te kort om met iedereen tegelijk te overleggen en na te denken waar bijgestuurd zou kunnen, moeten worden. Ik moest terugvallen op mijn ervaring om heel erg in lagen te gaan denken. Als we dit doen, kunnen we dan dat doen. Geleidelijk aan, laag na laag opbouwen. Maar nog de mogelijkheid laten om weer een laag af te pellen. De kunstenaars vooral ook zelf tot inzicht laten komen door hen dingen te laten proberen. Wie ben ik om zomaar van alles op te dringen. Dat was niet evident. Het was voor velen een lange en vermoeiende dag. Fysiek, maar ook mentaal – om het eigen werk anders te bekijken, om eigen werk tegenover ander werk te zien, om de ruimte die zich niet zo maar buigt te respecteren. Ik heb veel tijd uitgetrokken om hen uit te leggen waarom bepaalde zaken nu toch beter anders werden uitgevoerd. Er is altijd een waarom. Best wel pittig.
Maar voor mij is dat de essentie van curator zijn. Het is balanceren tussen wat de kunstenaar voor ogen heeft, en de regie die ik wil voeren met het oog op het geheel. Waarbij ik de authenticiteit van de kunstenaar niet wil beschamen. En zeker als je beslist om werken niet op te stellen, kom je al vlug in een modus van weerstand, twijfel, ongeloof. Op dat moment moet ik standvastig zijn. Ik wil niet hard zijn, maar kiezen is uiteraard verliezen. Gelukkig kan ik dan terugvallen op redelijk wat mensenkennis en mijn aanpak om gradueel, gelaagd te gaan werken. Geen bruuske wijzigingen of harde beslissingen. Alles in overleg en met wederzijds respect. Die vibe blijft overigens hangen in het eindresultaat. Wat finaal dan toch anders of niet getoond wordt, heeft wel degelijk een rol gespeeld.
Tot slot heb je er zelf nog een laag bovenop gedaan, een ruimtelijke interventie. Had je als doel het geheel te lijmen of wou je een echte meerwaarde creëren?
Uiteraard is het de bedoeling om – in zoverre dat onvoldoende gebeurd zou zijn – het geheel met elkaar te verbinden. Alles met alles connecteren, spanningsvelden creëren of net wegnemen. Het is ook een bevestiging van de mentale processen die aan de basis lagen van beslissingen om bepaalde zaken zus of zo te doen. Het is natuurlijk wel geen negatieve oplossing, integendeel, het is bedoeld om van één plus één drie te maken. Een mentale verbinding tussen verschillende werken, materialen, technieken en achterliggend de kunstenaars. En in wat je ziet heb ik bewust gekozen voor een heel minimalistische interventie. Door de fijne draden en beperkte materialen lijkt het alsof ik afwezig ben. Dat is ook hoe ik in mijn begeleiding naar de kunstenaars zie: ik ben eigenlijk niet echt aanwezig, maar er wel de hele tijd bij geweest. En uiteraard wil ik de link met de ruimte nog een keer versterken: de ruimtelijke ervaring, de architectuur die toelaat die tweezijdigheid op zo’n bijzondere manier te tonen. Geen droog optelsommetje van werken in een ruimte, maar net dat tikkeltje meer – dat zie ik als mijn verdienste. Ik ben subtiel afwezig om het werk van de kunstenaars optimaal te laten uitkomen. Ik heb mijn interventie dan ook bewust de titel meegegeven: ‘Through presence, I am not there’.
Wat ik wel nog graag vermeld, is de soundscape die de geluidskunstenares Eline Vanduyver (beter gekend als E_Mousai) heeft gemaakt. Ik vond het zo’n tof idee om ook via geluid (o.m. kletterende weefgetouwen) de verbinding te leggen. Wel benieuwd hoe de bezoekers daarop zullen reageren.
Heb je dan niet het gevoel dat je daardoor afbreuk aan jezelf doet als kunstenaar? Had je dan zelf niet iets voor ogen, van wat je graag wou brengen?
Ik wist op voorhand dat ik niet zomaar een werk kon neerzetten zonder rekening te houden met de anderen. Maar ook dat mijn interventie niet direct ingrijpend zou zijn op het werk van de andere kunstenaars. Ik moest afwachten wat zij zouden brengen. En vooral hen ook de ruimte geven om het beste van zichzelf te geven. Mijn tussenkomst zou hoe dan ook een ad hoc gegeven worden. Het spelen met wat er voorhanden is, maakt nu eenmaal een essentieel onderdeel uit van mijn manier van werken. Dat neemt niet weg dat ik gaandeweg, bij de opbouw, ook al aan het denken was in termen van wat ik nog zou kunnen toevoegen. Bepaalde lijnen in de opstelling heb ik zo laten tot stand komen, omdat ik wist dat ik erop verder zou kunnen werken. Finaal is het samen met de kunstenaars groeien naar een totaalproject
Komt het resultaat tegemoet aan je verwachtingen en het vooropgestelde opzet?
Ja, ik vind wel dat ik geslaagd ben in het realiseren van het spanningsveld dat ik voor ogen had om met textiele kunst een totaalbeleving te brengen waarbij de verschillende technieken en materialen erin slagen betekenis te geven aan ‘voorbij de keerzijde’. En dat met zes kunstenaars die gretig mee gestapt zijn in een proces, waarbij ze enerzijds trouw aan zichzelf zijn gebleven, maar anderzijds vanuit hun eigen beeldtaal nieuwe wegen hebben bewandeld. Het zou wel goed zijn om dat ook nog eens in detail te bevragen bij hen hoe zij dat ervaren hebben. Ik ben alvast heel tevreden met het resultaat.
Uiteraard speelt de bezoeker ook nog een belangrijke rol om te bepalen of het opzet geslaagd is? Heb jij zelf bepaalde voorspellingen of verwachtingen daarrond? Welk gevoel wil je dat de bezoeker eraan overhoudt, wat neemt hij of zij mee naar huis?
Ik zou graag hebben dat de bezoeker ervaart dat begrenzing ook ruimte toelaat, maar ook omgekeerd dat ruimte begrenzing toelaat. Dat niets eenzijdig is, maar minstens twee kanten heeft en we dus te allen tijde voorbij de keerzijde moeten kijken. Mijn interventie, bovenop, voor en achter de andere kunstwerken, wil mensen tot denken aanzetten over kunst, over textiele kunst over de mensen achter die kunst. Mensen die een verhaal brengen vanuit een authentieke beeldtaal. Laat ons die taal lezen. Traditioneel weven maar dan anders, het temmend gebruik van ruw vlas, zijde tot diepte manipuleren, pluisjes uit de droogtrommel als basismaterie, een onderzoekend labo, sisaldraad die verdriet vangt. Allemaal inkijkmanieren, bijzonderheden, die mensen ongetwijfeld niet onberoerd zullen laten.