Hoeveel ruimte eist een kunstwerk op?

Veel kunstwerken worden verwend. Vooral dan in musea en projectruimtes waar de scenograaf zich mocht uitleven. Meestal is er voldoende ruimte om werken tot hun recht te laten komen, tenzij het mag schuren, dan duwen we alles doelbewust op een hoop in een hoek. Dat hoort er tegenwoordig ook bij. Ruimte vertaalt zich ook in afstand. Dus zeker niet de stappenteller vergeten opzetten en soms is een lunchpakket voor onderweg ook handig. Denk maar aan een Verbeke Foundation bij ons, Voorlinden bij Den Haag of het Hamburger Bahnhof Museum in Berlijn.

Aan de andere kant van het spectrum word je meegezogen in kleinschaliger opstellingen. Waar het licht door ontwijde glasramen meedanst op de werken. Of neem de zalen van beschermde, maar daarom niet minder vervallen kastelen. Er mag weliswaar geen extra nagel in de muur, en grijze panelen van de lokale uitleendienst bieden ook niet altijd soelaas. Dan maar de obligate schildersezel inzetten. Wat  goed is voor het menu tijdens een communiefeest, kan op andere dagen ook de kunst in huis dragen. Om nog te zwijgen van de kakelverse popups. Zo veel mogelijk leeghalen om te zorgen dat er geen verwarring is met de kunst. En meer dan borstelproper moet het niet zijn. Het kan de pret van de kijker allerminst bederven. Een beetje Montmartre of Francis Bacons atelier in de eigen achtertuin.

En daartussen zitten de verkoopsgaleries. Noem het geen winkels, want dat klinkt vies, en doet afbreuk aan de artistieke geplogenheden. Maar toch zit er een belangrijke uitdaging in het hoe van de verkoop. Want in tegenstelling tot musea en heel wat van die lokale expo’s is het wel degelijk de bedoeling de kunstwerken bij een liefhebber of verzamelaar te laten landen. Niet enkel een catalogus of kaartje uit de museumshop, of een klein aquarelleke als aandenken aan het bezoek aan de kunstmarkt.

Als je inzet op passage, heb je een goede ligging van doen, en dat kost geld, wat dan weer de ruimte beperkt. Veel ruimte vind je net altijd over de grens, verder dan wat je wil rijden, waar de trein niet langer stopt en een bus er enkel in de week komt. Het aanbod mag rijkelijk zijn – geen enkele supermarkt laat rekken onbenut – maar dat komt niet bij iedereen evengoed binnen. Werken interfereren met elkaar, willens nillens, ook al hangen ze ver uit elkaar. Het licht speelt een rol. Natuurlijk licht of neonlicht met een tandartsstoeleffect – je probeert niet in het licht te kijken, maar toch voel je de permanente witte gloed in je hoofd. Of spotjes, mijn favoriet – hiermee geef je een dimensie aan het werk dat zelfs de kunstenaar niet voor ogen had. Bij aankoop best het spotje erbij vragen.

Spelen met de ruimte is wel degelijk een uitdaging. En niet enkel voor de galerist. Ook de bezoeker heeft soms stress. Teveel werken, teveel prikkels zijn voor sommigen storend. Als er dan nog sterk gewrocht is aan de presentatie kan dat extra belemmerend werken. Versta je wel het pad dat voor jou is opengelegd. Dat kan des te meer spelen als de ruimte sowieso beperkt is. Dat er geen gangen of trappen zijn naar kamers waar je tot rust kan komen. Waar je kan nadenken en eventueel beslissen hoe zo vlug mogelijk weer weg te geraken als het werk je niet raakt.

In Gent is Galerie Drie* een relatief kleine ruimte.  Zodra je letterlijk over de drempel stapt, kom je in een ‘gesamtkunstwerk’ terecht. Meestal vinden er groepstentoonstellingen plaats waarbij de werken door elkaar hangen. Geen kaartjes met namen, titels, prijzen enzovoorts – die kan je terugvinden op een papieren lijst. Een ruimte die je in één oogopslag kan behappen. Maar tegelijk word je hard met het werk geconfronteerd. Veel ruimte om een stap achteruit te zetten is er niet. De werken lijken soms hun eigen conversatie te voeren, waar je als bezoeker beleefd probeert tussen te komen.

Wendy van Driessche en Guy De Dapper van Galerie Drie ervaren de kleine ruimte in elk geval niet als een beperkende factor: “We zien het eerder als een opportuniteit om zelf ‘out of the box’ te denken. Door een creatieve opstelling laten we de bezoekers verwonderen en geven we de kunstenaars een alternatieve blik op hun werk en tegelijk ook hoe kijkers hun werk kunnen benaderen. Een win-win voor iedereen dus.”


_________________

*Galerie Drie bevindt zich in de Sint-Amelbergastraat 3a in Gent – Vanaf 19 september loopt de tentoonstelling Hommage met werk van o.m. Free Pectoor en Saar De Buysere (tot 5 oktober)

Foto: opstelling van de expo met v.l.n.r. Saar De Buyssere, Free Pectoor, Guy De Dapper en Wendy van Driessche.

[Dit artikel verscheen ook op The Art Couch op 13 september 2025]

Geplaatst in Geen categorie

“Schrijven over kunst helpt kunstenaars vooruit”

– een gesprek met kunstschrijver Kathleen Ramboer

Een bezige bij, dat is het minste wat je kan zeggen van Kathleen Ramboer. Menig kunstenaar en galerist heeft haar al te woord mogen staan. Ze combineert woorden en foto’s in een inmiddels eigen frisse, kleurrijke stijl voor de interviews en een iets weemoediger kleurenpalet voor haar eigen kunstwerken. Grondig en goed voorbereid komt ze aan de start van dit interview. Als geen ander weet ze dat vragen er niet zijn om uit de weg te gaan, maar in de antwoorden vallen stiltes omdat ze met de haar typerende minzaamheid alle nuances wil verwoorden.

Hoe past kunstcriticus binnen de rest van je activiteiten, want je bent ook heel actief als fotograaf en mixed media kunstenaar?

Om te beginnen vind ik kunstcriticus een zwaar beladen woord. Ik schrijf gewoon over kunst. Ik heb geen specifieke opleiding, geen master kunstwetenschappen ofzo en ik doe het ook niet om den brode. Ik doe het wel heel graag, al komt dat nu wat meer op de laatste plaats. Ik maak bewust tijd voor mijn eigen kunst, het maken en bewerken en foto’s, deelnemen aan tentoonstellingen. De afwisseling vind ik prettig, maar soms is het wel even puzzelen, en heb ik het gevoel tijd tekort te komen.

Hoe is het schrijven met je kunst verbonden?

Zelf zie ik het schrijven over kunst eerder losstaan van mijn kunstenaarschap, maar ongetwijfeld is er een wisselwerking. Ik kom op een bevoorrechte manier in contact met heel wat kunstenaars. Mijn interesse als kunstenaar voor technieken en materialen zorgt ervoor dat ik anders kijk. En indirect zal dat dus wel een effect hebben op mijn kunst.

Wat is je drijfveer om te schrijven over kunst?

Ik vind het belangrijk om kunstenaars te steunen door over hun werk te schrijven. Er wordt zoveel boeiende kunst gemaakt, maar veelal zijn de kunstenaars nog niet gekend en is het voor hen ook niet zo evident om zichtbaarheid te krijgen. Dat is de reden waarom ik heel sterk geloof in een platform als Kunstpoort.com. Ik ben er ook eerder toevallig ingerold. Aanvankelijk schreef ik korte verslagen en aankondigingen over amateurkunsten, toneel, muziek. Maar geleidelijk aan werden teksten persoonlijker en begon ik ook interviews te doen, wat me enorm beviel. Plots werd ik gevraagd door kunstenaars en organisatoren en voelde ik dat ik zinvol werk deed. Dat geeft me energie om ermee verder te doen.

Hoe kies je de expo’s en kunstenaars waarover je schrijft en hoe pak je dat aan?

Tegenwoordig kiezen zij mezelf (lacht). Ik krijg veel vragen in de aanloop van tentoonstellingen. Als ik het interessant vind en het past in mijn agenda, dan ga ik daar graag op in. Als dan ook blijkt dat het sympathieke mensen zijn die nog iets te vertellen hebben, dan is dat mooi meegenomen.

Ik zal wel nooit zeggen: je werk is goed of slecht. Ik vel geen oordeel, maar probeer de kunstenaar en het werk te plaatsen in een bepaalde context. Maar dan wel op een laagdrempelige manier. Ik wil toegankelijke teksten schrijven, met oog voor wat de kijker kan interesseren. Ik zoek daarbij ook altijd naar positieve elementen. Neemt niet weg dat ik daarbij niet bang ben ook mijn persoonlijke mening mee te delen. Het is altijd spannend om achteraf de reactie van de kunstenaars te horen, maar meestal volgt wel appreciatie.

Hoe zie je de rol van de kunstcriticus? Collega Johan De Bruyne liet zich recent ontvallen dat hij tot de laatste der mohikanen behoorde, waarop jij antwoordde: ‘Er zijn nog een aantal jonge critici die de pen met zwier hanteren, gelukkig maar’. Is dat zo?

Er is zeker nog nood aan kunstkritiek. Hoe diverser de standpunten en hoe meer mensen erover schrijven, hoe beter voor de kunstenaar. Ook via het onderwijs wordt dat meegegeven. Aan laatstejaars studenten wordt aangeraden om iemand te zoeken om over hun werk te schrijven. Zo zijn er ook al verschillende jonge kunstenaars bij mij terecht gekomen.

Het is wel zo dat heel wat mensen die ook schrijven, bijvoorbeeld op blogs of op Facebook, daarnaast ook de rol opnemen van curator en/of kunstenaar. Van kunstkritiek op zich kan je niet leven. Ik heb er geen probleem mee zolang dat niet bedoeld is om enkel je eigen bekendheid te vergroten. Het is een valabele manier om kunstenaars vooruit te helpen.

Iedereen kan zich toch goed informeren via het internet?

Het internet in het algemeen kan niet tippen aan een goed geschreven tekst, die zowel naar de visie van de kunstenaar peilt, als het werk op een boeiende manier weet te beschrijven. Zeker niet als het dan ook nog eens een plezier is om te lezen. Voor mij moet het wel niet te elitair zijn. Soms is het schrijven om te schrijven en is de kunstenaar of het kunstwerk maar een flauw excuus. Ik ben ervan overtuigd dat mensen interesse hebben om de kunstenaar achter het werk te leren kennen, niet enkel de artistieke aspecten, maar ook zijn leefwereld. Dat neemt niet weg dat de verscheidenheid aan kanalen, van blogs tot en met gespecialiseerde tijdschriften als Glean en De Witte Raaf, nuttig zijn. In elk geval zien we bij Kunstpoort.com een toenemend aantal lezers. Mensen zoeken volgens mij gericht naar inspirerende informatie.

Wat is je visie op het landschap van kunstenaars, galeries, pop-ups, beurzen?

Er zijn heel veel studenten en jonge kunstenaars. De kunstscholen zijn overbevolkt, er is geen plaats voor werkruimtes. En ik vraag me wel af of die allemaal een toekomst als kunstenaar hebben. Is de maatschappij daar vragende partij voor? Het gaat tegenwoordig niet meer alleen over talent, maar ook over geluk, lef, de juiste mensen op het juiste moment en op de juiste plaats. Dat neemt niet weg dat ik gecharmeerd blijf door de frisse ideeën en experimentele benaderingen in de hedendaagse kunstwereld. Daarnaast zijn er natuurlijk ook heel wat oudere mensen die een tweede adem vinden in de kunst. Op zich is daar helemaal niks mis mee, maar het is misschien wat laat om nog iets te bereiken, tenzij ze er alsnog echt voor gaan.

Wat de galeries en beurzen betreft vind ik dat hoe meer mogelijkheden kunstenaars krijgen, hoe beter voor hen. Werk maak je om gezien te worden. De interactie met de kijker is een essentieel onderdeel van het kunstenaarschap. Maar of de overvloed aan galeries en toonplekken duurzaam zal blijken te zijn, betwijfel ik. Het lijkt me een hele uitdaging om daar je broodwinning van te maken. Dat zal zich ongetwijfeld vanzelf zuiveren. De gevestigde waarden zullen wel blijven bestaan, maar ook daar zie ik toch een uitdaging om voldoende te vernieuwen. Als galeriehouder ben je geen mecenas, maar het moet een passie zijn en blijven. Vooral ook bij beurzen zie je dat het commercieel argument de bovenhand neemt, ten koste van de kunstenaars. Er zou wat meer selectie mogen zijn. Aan de andere kant wordt de sector geprikkeld door het enthousiasme van ludieke projecten en pop-ups. Het reflecteert de hedendaagse kunstbeleving.

Doel je hiermee op de verwachtingen van de kunstliefhebbers?

Ja, kunst kijken is tegenwoordig ook entertainment en amusement. Musea krijgen pretparkallures. De mensen gaan een dagje uit, maar niet altijd voor de kunst op zich. Hierdoor bereik je natuurlijk een breder publiek. Hopelijk raken mensen daardoor wel meer geïnteresseerd in kunst. Maar soms gaat het wat te ver voor mij. Geef me maar verstillende kunst, liever dan van die interactieve toestanden waarbij je een bril op moet zetten.

Tot slot een vraag die iedereen in de sector bezighoudt: is er nog interesse om kunst te kopen?

Ik hoor van verschillende mensen dat het verkopen van kunst er wel niet makkelijker op geworden is. Zelfs het klassieke verzamelen is aan het veranderen. In plaats van werken bij te houden vanuit een passie voor de kunst, worden werken gekocht en direct doorverkocht. Er zijn natuurlijk ook anderen. Mensen die zich graag omringen met kunst om ervan te genieten. Mensen die daar ook veel van hun spaarcenten in steken. Al is het soms moeilijk betaalbaar. Wat ik ook wel hoor is dat social media helpen om kunst toegankelijker maken. Mensen zien meer kunst op voorhand, de stap om een galerie binnen te stappen is veel kleiner geworden, net als de overweging om kunst te kopen. Zo zie je maar dat alles aan elkaar vasthangt.

Meer info: https://www.kathleenramboer.com

(Dit artikel verscheen ook in The Art Couch op 27 augustus 2025: https://www.theartcouch.be/nieuws/schrijven-over-kunst-helpt-kunstenaars-vooruit-een-gesprek-met-kunstschrijver-kathleen-ramboer/  en in het gedrukte jaarboek The Art Couch Review 2025 – december 2025)

Geplaatst in Geen categorie

Brengt kunst ons waar we nog niet wisten dat we moesten zijn?

(Reflectie naar aanleiding van de reeks Expeditie, te zien tijdens de solotentoonstelling van Marc Mestdagh, met naast 40 nieuwe werken een ruime selectie van werk van de afgelopen 3 jaar.)

Kunstkijken is voor velen een uitdaging. Dat komt omdat men teveel naar het verleden kijkt. Hoe kwam een werk tot stand, welke techniek werd gebruikt, welke kunstenaar heeft het gemaakt, hoe past het werk binnen het oeuvre van de kunstenaar en binnen dat van de kunst? Vragen die een uitgebreid referentiekader vergen en daardoor tegelijk angst bij de onwetende kijker kan oproepen.

Wat als je jezelf als kijker met open vizier opstelt en los van die dingen naar de toekomst kijkt, de emoties ondergaat die het werk losweekt, en zo de betekenis en vooral de persoonlijke waarde laat ontstaan.

Uiteraard is kennis van het verleden ook meegenomen, als tweede laag, onderliggend en verrijkend. Naarmate je meer kijkt, zie je ook meer. En dat kijken is op zich verslavend, maar hoeft geen angst in te boezemen. Kunst brengt je waar je nog niet wist dat je moest zijn.

Geplaatst in Geen categorie

“Eigenlijk wil ik gewoon de dingen mooier maken”

een gesprek met kunstcriticus Johan Debruyne

Het voelt duidelijk wat onwennig aan. De kunstcriticus die wacht op de eerste vraag. Niet op het antwoord zoals gewoonlijk, om dan verder door te vragen, om dieper te graven. Neen, de rollen zijn omgekeerd. En of hij niet beter wat verder gaat zitten? Geen probleem om het gesprek op te nemen, maar ik ben toch zeker dat het werkt. Vroeger gaf hem dat wel eens stress.

Vertel eens iets over je achtergrond, je carrière. Wat moeten de mensen onthouden?

Dat alles met toeval heeft te maken. In de klas zat ik voornamelijk te dromen. Te fantaseren. Alleen intrigerende leraars kregen mijn aandacht. Ik was voorts  verliefd op de bal, ik speelde de hele dag basketbal en voetbal. Dit laatste op straat, de Vismarkt, de vesten, tussen de molens. Met om het even wie. Maar ik heb me nooit kunnen vasthaken aan één sport. Er was geen begeleiding die naam waardig, geen tijd, en niemand die zich echt om mij bekommerde. Ik proefde ook even van tennis. Thuis draaide alles en iedereen, inclusief mijn 6 broers en zussen, rond de bakkerij. De muren van de woonplaats waren in email geschilderd, zodat er jaarlijks gemakkelijker schoongemaakt kon worden. Mooi was het niet, maar alles glom. Op water werd bij het poetsen (steevast op vrijdag-visdag!) niet bespaard: alle meubels hadden rottende poten… Ik had toen al een sterke voorkeur voor mooie dingen. Ik vertoefde dus liever elders, bij een bourgeois koppel met goede smaak, bij een bekende Brugse tapissier die in onze straat een heel mooie winkel had. Ik was overal thuis. Ik kreeg er de resten van behang mee en toverde met regelmaat mijn kamer om tot een bijzondere plek, inclusief antieke tafel. Ik had ook iets met mooie, soms wel dure kleren. Een suikertante legde graag wat bij. Ik gedroeg me heel vroeg als een dandy, rookte sierlijk lange Dunhills. Op mijn 14de kocht ik een ferm ingelijste kopie van Vasarely. Ik kon het werk nauwelijks naar huis sjouwen. Ik had eigenlijk altijd al de neiging de dingen mooier te willen maken.

Hoe ben je dan in de kunstwereld terechtgekomen, als kunstcriticus?

Ik ben in het onderwijs beland, waar ik Nederlands gaf en onder meer een jeugdtoneelvereniging  opstartte. Ook daar heb ik altijd het principe gehanteerd: als je iets mooi maakt – dat geldt ook voor taalgebruik – trek je geen rotzooi aan, is het leven aangenamer. In de scholen waar ik les gaf heb ik altijd kunstenaars uitgenodigd om projecten te realiseren zoals het beschilderen van gangmuren, kleine tentoonstellingen. Ik nam de leerlingen mee op atelierbezoek en na de jaarlijkse trip naar de Antwerpse boekenbeurs stond steevast nog een museumbezoek gepland. Ik vond het bijvoorbeeld zonde dat ‘Watou’ ophield wanneer het schooljaar aanving. Maar goed. Op een bepaald moment werd ik gevraagd een toelichting te geven bij een tentoonstelling in de Brugse Saaihalle. Ik schreef toen over elk van de drie oeuvres een gedicht en hield een lezing die goed werd onthaald. Er waren toen, de jaren ’80, 16 galeries in Brugge en ik werd opeens overal gevraagd om tentoonstellingen toe te lichten. Ook in cafés. Ik schreef graag over theater, beeldende kunst en fotografie. Ik verzorgde toen ook bij de krant van West-Vlaanderen de redactie kunst. Buiten de schooluren.

Je had toen wel geen opleiding als kunsthistoricus of criticus?

Neen, maar ik had de smaak te pakken. Beeldende kunst werd een verslaving. Ik had het voordeel sterk in taal te zijn, maar ik had inhoudelijk dus wel een achterstand goed te maken. Ik ben boeken over kunst beginnen lezen en veel op reis geweest om tentoonstellingen te bekijken. Na een volle Paasvakantie doorheen Noorrijn-Westfalen in Duitsland – ik had er dagelijks kunstlocaties bezocht – kon ik het lesgeven niet hervatten. De dokter moest langskomen. Ik wou immers alle impressies en namen opslaan en was even knock-out. Het was ook voor het eerst dat ik me bedacht dat ik misschien geen goede criticus zou zijn, want ik hield hoofdzakelijk van mooie dingen. Maar door heel veel zaken te gaan bekijken en met ervaren critici en kunstkenners op te trekken, kon ik op de duur gaan vergelijken. Ik zou leren dat het lang niet altijd om schoonheid hoeft te draaien. Dat lelijk in zekere zin ook mooi kan zijn. Maar vooral dat – los van boekenwijsheid – het eigen gevoel een heel grote rol speelt. De intense contacten met figuren als Marc Ruyters, oprichter van (H)ART en Roland Patteeuw van de Kunsthalle Lophem zijn voor mij ontzettend belangrijk geweest.

Heb je nooit de aandrang gevoeld om zelf kunstenaar te worden, of curator?

Nee, ik voer liever het woord en ik schrijf vooral heel graag. Over dingen die me beroeren. Het is trouwens belangrijk om een duidelijke rol op te nemen. Ik zie die vervaging bij curatoren. Ik heb misschien nog een ouderwets gevoel: als je cureert, dan kies je kunstenaars uit en hoef je er zelf niet bij te zijn. Je staat eigenlijk een beetje aan de andere kant. Ook het concept van kunstcriticus is minder scherp geworden. Finaal benoem je jezelf trouwens tot criticus. Daar bestaat geen examen voor. Bladen als De Standaard, Kunst & Cultuur, (H)ART en The Art Couch hadden en hebben mij er graag bij. Ik schrijf ook op mijn geheel eigen manier.

Hoe kijk jij terug op je rol als kunstcriticus?

Daar zit uiteraard een hele evolutie achter. Als ik voor de krant schreef, kon ik heel lovend zijn als het goed was, maar als het niet goed was durfde ik dat ook op papier zetten. Ik had ook mijn Sturm und Drangperiode. Je wil je laten gelden. Belangrijk zijn. Bij bepaalde mensen heb ik me daardoor destijds minder populair gemaakt. Dat scherpe is er nu van af. Als je voor (H)ART (nu Glean) of het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) begint te schrijven, dan krijg je specifieke opdrachten en dan weet je dat je niet gestuurd wordt naar dingen die niet goed zijn. Je schrijft dan nog wel zo kritisch mogelijk, maar je benadert de dingen wel anders. Als je naar een tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere gestuurd wordt, ga je die niet snel afbreken, maar zou ik in bedekte termen misschien wel durven schrijven dat ik aan zoveel dood en lijfelijke vergroeiingen eigenlijk nog maar weinig behoefte heb. Ik heb mijn oude moeder gedurende 5 jaar in een toen nog zogenaamd ‘rustoord’ dagelijks bezocht. Ik heb veel gezien!

Hoe zie je je rol ten aanzien van de kunstkijker? Heb je een opvoedende taak, moet je die bij de hand nemen?

Wat ik het belangrijkste vind is mensen warm maken voor goede, intrigerende kunst. Voor schoonheid. Daar heb je het weer. Maar kunst blijft een elitair gegeven. Laten we ons geen illusies maken. Voorts is een belangrijke hindernis bij de perceptie de kostprijs van de kunst. Veel mensen gaan ervan uit dat dat sowieso onhaalbaar zal zijn. Mensen haken alleen al daarom af als het gaat over naar kunst gaan kijken, laat staan te overwegen kunst te kopen. Wat je ziet is dat musea en ook tentoonstellingen meer werk maken van de ‘beleving’ om kunst toegankelijker te maken. Het is niet voor mij, ik ga niet voor het glas en de hapjes, maar ik kan ermee leven. Wat ik als criticus zeker ook wil blijven doen is mensen duiden wat echt niet goed is, dilettantisme. Dat is soms moeilijk, omdat je weet dat je mensen pijn kunt doen, wat me zwaar valt. Maar ik vond het wel mijn plicht me niet in te houden wanneer kunst door de (lokale) overheid werd ‘verworven’ met geld van de mensen. Neem bijvoorbeeld het aankoopbeleid van de stad Brugge destijds voor al die bronzen beelden van vaak dezelfde kunstenaars en soms van een bedenkelijk niveau. Toen ben ik behoorlijk wild tekeer gegaan en ging ik verbaal in de clinch met de schepenen van cultuur omtrent hun keuzes. Niet zelden speelde vriendjespolitiek een doorslaggevende rol. Maar zelfs in die zaken word je milder met ouder te worden.

Heb je als kunstcriticus een verantwoordelijkheid ten aanzien van de kunstenaar? Moet je bijvoorbeeld helpen het werk uit te leggen? En doet dat de kunstenaar iets?

Ik ken heel wat gevallen waar critici en kunstenaars een intense vriendschapsrelatie hebben opgebouwd. Ik vind wel dat je een zekere afstand moet bewaren, anders ben je niet meer vrij in wat je schrijft. Maar ik doe het zelf ook bij momenten. Als je voor een opdracht, bijvoorbeeld het schrijven van de teksten bij een monografie, een kunstenaar meerdere malen ontmoet, ontstaat er automatisch een band. Het is zo moeilijk om dat gescheiden te houden. Als dat een toffe mens, is dat geen probleem. Ik voel me niet geroepen om het werk ten voordele van de kunstenaar uit te leggen. Als het mij beroert wil ik dat wel graag doorgeven. Ik ga relatief zelden naar openingen, meestal pas nadien. Dan weet ik dat de kunstenaar er niet is en daardoor mis je ergens verduidelijking. Je moet natuurlijk wel openstaan voor heel wat verschillende stijlen en durven kitsch van kunst te onderscheiden. Er wordt veel goede kunst gemaakt, maar ook veel minder boeiend werk. Je probeert daar zo eerlijk mogelijk over te schrijven. Je doet dat toch altijd een beetje met de handrem op, zeker met ouder te worden. Omdat je natuurlijk ook heel veel mensen vaak tegenkomt. Ik weet wel dat de meeste kunstenaars daar niet meer echt van wakker liggen. Er zijn vandaag immers zoveel kanalen om informatie te verspreiden.

Is er nog een toekomst weggelegd voor de kunstcriticus?  Vindt de kunstkijker niet alle informatie via het internet (websites, social media…)?

Er zijn er in elk geval niet veel meer. Vroeger waren we met 5 journalisten op een opening van een tentoonstelling, elk met een fotograaf! Nu kan je makkelijkst zelf een tekst en foto maken en naar de redactie sturen. We staan op een kantelpunt denk ik. Het ontbreekt aan tijd en mensen om nog systematisch over tentoonstellingen en de ontwikkeling van kunstenaars te schrijven. Ik word wel nog gevraagd om teksten te schrijven en te corrigeren. Maar ik denk dat ik tot de laatste der mohikanen behoor. En toch, ik geloof dat er nog mensen zijn die het verschil kunnen maken, kijk maar naar de Documenta in het Duitse Kassel of de Biënnale van Venetië – daar zie je dan wel vaker dingen waarvan je zegt ‘wow’.

Dat brengt ons bij het bredere landschap van galeries en beurzen. Hoe kijk jij daar naar?

Ik vermijd beurzen. Er is veel kaf, weinig koren. Maar akkoord, er wordt ook te weinig over geschreven om dat te duiden. Wie gaat naar een beurs? Enkel mensen die al overtuigd zijn en budget hebben. Kunst blijf voor de happy few. Dat neemt niet weg dat kunst belangrijk blijft. Schoonheid en kunst blijven me boeien. Ik ga kijken uit eigenbelang. Je ontmoet er toffe mensen. Ik heb nog nooit een vechtpartij weten ontstaan in een galerie. Alleen kan ik de laatste tijd wel eens een stoel gebruiken – al past zo’n meubel niet in elk galerie-concept. Dat maakt dat ik dan vlugger dan gewild weer buiten ben. Maar soms is dat ook wat de kunstenaar of galeriehouder wil (lacht).

Meer info: http://www.johandebruyne.be

(Dit artikel verscheen ook in The Art Couch op 25 juli 2025: https://www.theartcouch.be/top-4/eigenlijk-wil-ik-gewoon-de-dingen-mooier-maken-een-gesprek-met-kunstcriticus-johan-debruyne )

Geplaatst in Geen categorie

Voorbij de koffie en het madeleintje – kijken naar beeldende kunst

[Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van de solotentoonstelling Madeleine, verwijzend naar de Proustiaanse reflectie bij een koffie en madeleintje, in deWeverij. Het verscheen ook in The Art Couch op 5 juli 2025.]

Laat het beeld voor zich spreken, een titel hoeft al helemaal niet. Het is een veelvuldig gehoorde uitspraak van de kunstenaar richting de bezoeker. Terwijl woorden lineair zijn en je dus moet wachten tot je het laatste woord van een zin leest om er betekenis aan te geven, is het beeld ‘in the face’ en laat het je meteen associëren, zoeken, interpreteren.

Niet onlogisch dat kunstenaars veel inspanningen leveren om met hun beeld stevig binnen te komen. Zorg voor een indrukwekkend formaat, gebruik uitzonderlijke technieken, verwerk ongemakkelijk makende beelden. Het palet aan mogelijkheden is breed, maar de initiële verwondering kan omslaan in verstomming of zelfs apathie. Kijkers zijn niet altijd gewoon om zelf de betekenis te vinden of ook maar iets zelf te verzinnen. Zonder iedereen over dezelfde kam te scheren, velen zijn een beetje lui, en hopen niet te ver uit hun comfortzone getrokken te worden. Of dan ook weer omgekeerd: sommigen genieten van de pure chaos en onduidelijkheid en zien onwaarschijnlijk veel meer dan de kunstenaar ooit had kunnen bedenken. Maar in het algemeen heerst er toch een zekere beeldangst. Want vergeten we niet dat kunstkijken ook dikwijls een sociaal event is. Wat denkt je reisgezel, of erger, wat als de kunstenaar op je afstapt en je vraagt wat je ervan vindt. Is het wel bon ton om er een afwijkende mening op na te houden. Een passieve beleving is de veiligste optie. Allemaal niet te moeilijk maken en zorgen voor herkenbaarheid en een veilige omgeving. Zaken die net haaks staan op wat kunst wil zijn en doen.

Hoe geraken we dan uit dit dilemma? Een deel van de oplossing is de kijker bij de hand nemen en haar of hem leren kijken naar kunst. Niet betuttelend of sturend, maar voorzichtig helpen om de gelaagdheid van kunst te laten openpellen, als een ajuin. Om effectief tot tranen toe bewogen te worden. Kunst wordt maar kunst als het je raakt. Je moet dat dus alle kansen geven. Reflectie over het reflecteren is een essentieel onderdeel van kunstbeleving. Los van de context, de locatie, de sfeer, de extra informatie, de uitleg van de galerijhouder, de titel, de woorden van de criticus, heb je een artistiek kompas nodig dat je helpt om in het werk te komen. Dit maakt deel uit van onze creatieve identiteit. Een pakket aan competenties om vanuit verwondering tot dialoog en meerstemmigheid te komen. Een referentie- en waarderingskader dat helpt om de rijkdom aan betekenis van een kunstwerk in te zien. Ik hou al een tijdje een document bij waar ik regelmatig aan sleutel. Het bevat reflecties over kunst en het belang van het bezitten van kunst. Dat laatste boeit me heel sterk: waarom neem je geen genoegen met het bekijken en beleven van een kunstwerk in een museum, een galerij of online? Waarom is het belangrijk om een kunstwerk te koesteren en dicht bij het hart te houden? Het zijn vragen die ik zelf graag meeneem in mijn beeldend werk, maar evenzeer dus in woord.

Ik deel mijn kompas graag even:

Kunst…

Kunst en creativiteit in de breedste zin bieden ons oneindig veel opportuniteiten om het verschil te maken voor onszelf en voor de wereld.

Kunst begint bij anders kijken. Het is niet wat je ziet maar hoe je kijkt. En hoe meer je kijkt, hoe meer je ziet. Laat je verrassen, telkens opnieuw.

Veel kunst gaat er niet langer over of iets mooi is of niet. Het gaat over verbeelding en de daarbij horende emoties. Kortom: raakt het werk je?

Een technisch perfecte uitvoering leidt soms tot een kunstje maar niet noodzakelijk tot kunst. Laat je niet misleiden door het materiaal of de techniek.

Een kunstwerk wordt deels door de kunstenaar gemaakt, deels door de kijker, die er extra betekenis aan toevoegt. (cf. Marcel Duchamp)

Ga in gesprek met de kunstenaar en andere kijkers. Die dialoog leidt tot meerstemmigheid en een verrijking van je kunstbeleving.

Kunst is het antwoord op de vraag die je nog niet gesteld hebt. Kunst brengt je waar je nog niet wist dat je moest zijn.

Kunst bezitten…

Kunst weerspiegelt je persoonlijkheid, toont waarvoor je staat en bevestigt je identiteit tegenover anderen.

Kunst zorgt voor een persoonlijke verrijking en is goed voor de gezondheid: kunst is helend, stress-vermijdend en biedt troost en voldoening.

Kunst bezitten bezorgt je elke dag een nieuwe beleving doordat een kunstwerk telkens een ander verhaal vertelt, waardoor het een persoonlijke betekenis krijgt.

Kunst geeft vorm en kleur aan je leefomgeving, maakt van je huis een thuis en stimuleert tegelijk nieuwe ideeën en perspectieven.

Kunst opent relaties met anderen: een opvallend kunstwerk trekt de aandacht, zorgt voor boeiende gesprekken en inspireert mensen rondom je.

Kunst is duurzaam, tijdloos, overstijgt trends en kan generaties lang meegaan, vaak met een blijvende emotionele waarde.

Kunst kopen geeft kunstenaars de kans hun bijzondere kijk op de wereld te tonen zodat ook anderen hiervan kunnen meegenieten.

(Marc Mestdagh, 1 juli 2025)

Geplaatst in Geen categorie