Deze vraag wordt me dikwijls gesteld, zeker omdat ik toch vrijelijk kan beschikken over de grote ruimte van deWeverij, ideaal om groot werk te maken en te tonen. Laat me hierover even zomers proberen te reflecteren.
Het lijkt een trend dat er meer en meer werk gemaakt wordt van de integrale beleving bij het bezoeken van een tentoonstelling. Zeker musea en grote expo’s doen er alles aan om een dagvullend en gevarieerd programma aan te bieden. Van specifieke ondersteuning dankzij audio-visueel materiaal en gegidste rondleidingen tot workshops, merchandising in de shop enzovoorts. Daarnaast wordt ook meer werk gemaakt van de opstelling van de werken en de route die de bezoeker geacht wordt te volgen. Tot slot valt ook de omvang van de werken – zeker als het om installaties gaat – op. Een totale onderdompeling (immersieve beleving) dankzij specifieke technologie, of een zaalvullend werk zoeken naar de volle aandacht van de bezoeker. Groot werk lijkt makkelijker ontzag voor de technische skills en het métier van de kunstenaar te krijgen. Zelf ben ik eerder een koele minnaar van de veel gebruikte techniek om dingen uit te vergroten, alsof het dan pas maar voldoende duidelijk wordt. Dat soort werk klinkt voor mij dikwijls te schreeuwerig en de overkoepelende omgeving geeft net iets teveel pretpark vibes.
Klein werk weet mij sneller te verleiden. Zeker als het van ver intrigerend je aandacht probeert te trekken, waarna het naarmate je dichterbij komt een heel ander verhaal blijkt te vertellen. Door dit onderzoekend pad, komt een unieke en sterk persoonlijke relatie met het werk tot stand. Dat het mogelijk alsnog tegenvalt, hoort er dan bij, maar het proces is op zich wel verrijkend. ‘Little but loaded’: klein werk zit volgeladen met betekenis. Dikwijls verraden kleine elementen een grote inspanning om tot een bepaalde compositie of emotie te komen. Zowel technisch als naar uitvoering moet het zeker niet onderdoen voor groter werk.
En net door het beperktere formaat is kleiner werk dan ook meer toegankelijk om ook effectief bij de tentoonstellingsbezoeker thuis te komen. Want is dat nu ook net niet een essentieel onderdeel van kunst, dat het niet enkel te bekijken valt in een museum of in een galerij, maar dat het onlosmakelijk verbonden kan worden aan een kunstliefhebber. Kunst om dicht bij je te houden. Een origineel en uniek kunstwerk dat je ergens op een bijzondere plek in je huis kan hangen en waar je telkens opnieuw plezier aan beleeft. Kleiner werk is bovendien meestal prijsvriendelijker en verdraagt makkelijk ander werk in de buurt. Voor menig enthousiasteling is een manier om een bonte collectie uit te bouwen, al dan niet verzameld op een ‘wunderwall’. Het argument van ‘mijn huis hangt al vol’ speelt hier niet. Er is altijd wel ergens een plekje voor een kunstwerk dat je wil koesteren.
Als kunstenaar ervaar ik heel wat van die zaken nog sterker. Bij het maken van klein werk voel ik een grotere intimiteit met het werk. Ik kan het letterlijk in mijn hand nemen, waardoor het een verlengstuk wordt van mijn lichaam. Terwijl ik het kan draaien en keren om de verschillende lagen verf aan te brengen, er weer af te wrijven, komen de nuances en patines te voorschijn. Voor mij blijft klein het nieuwe groot.

